Beelddenkonderzoek

Beelddenkers denken in beelden en gebeurtenissen, ze gebruiken hiervoor hun rechterhersenhelft. Taaldenkers denken met hun linkerhersenhelft in woorden en begrippen. Een visuele leerstijl kan op school lastig zijn omdat het onderwijs talig is en dus meer past bij je linker hersenhelft.
 
Met behulp van een beelddenkonderzoek kan ik zien of jouw kind in beelden denkt. Als dit zo is kunnen we oefeningen doen om de hersenhelften beter te laten samenwerken, waardoor je kind hier minder ‘last’ van heeft én kijken hoe leerstof anders aangeboden kan worden zodat jouw kind beter kan leren. 
Beelddenkonderzoek
We worden overigens allemaal geboren als 100% beelddenker: als baby maak je zonder woorden aan je moeder duidelijk wat je wilt. Langzaam ontwikkel je taal en zo ontstaat er rond je kleutertijd een voorkeur voor het visueel leren (beelddenken) of verbaal leren (taaldenken).
 

Wat houdt een beelddenkonderzoek in?

Voor dit onderzoek gebruik ik het zogenaamde Wereldspel. Je kind bouwt met blokjes zijn eigen dorp, hierbij observeer ik. Er hoeft dus niet te worden gesproken. Het onderzoek geeft ook een indicatie van de cognitieve ontwikkeling van jouw kind en of er b.v. sprake is van faalangst.
Het onderzoek duurt ongeveer een half uur. Analyseren doe ik tijdens maar ook na het onderzoek, de resultaten zijn dus niet direct bekend. Na analyseren bespreken we de uitkomsten. Een filmpje over het wereldspel vind je op de pagina over het onderwijskundig onderzoek

Individueel onderwijskundig onderzoek
Is een uitgebreider onderzoek gewenst waarin ook inzicht komt in de leerproblemen per vak? Dat kan aan de hand van een Individueel onderwijskundig onderzoek. Bij dit onderzoek neem ik naast het wereldspel nog een aantal andere onderzoeken af. Ook maak ik een uitgebreid verslag met advies. Meer over dit onderzoek lees je op de pagina onderwijskundig onderzoek

Kenmerken beelddenkers

Vraag je je af of je zoon of dochter een beelddenker is? Hieronder vind je een aantal kenmerken die veel bij beelddenkers voorkomen. Op de site van Beeld en brein vind je ook een beelddenk-test.

  • zwakke articulatie
  • onduidelijk praten (binnensmonds gemompel)
  • struikelen over woorden (denken gaat sneller dan praten)
  • veel gebaren maken als ze vertellen
  • luisteren is vaak niet hun sterkste kant, want hun ogen gaan voor de oren
  • vertraagde of te snelle reactie op aanwijzingen en opdrachten
  • moeite met het verwerken van mondelinge informatie (onthouden van instructies, bij langdurige instructies de rode draad kwijtraken)
  • veel misverstanden, té letterlijk opvatten van wat er wordt gezegd;
  • standjes, voor anderen bedoeld, persoonlijk opvatten
  • moeite met het koppelen van woorden aan beelden
  • woordvindingsproblemen (dinges, die, dat…)
  • eigen(aardig) woordgebruik
  • weinig lijn in de verhalen die ze vertellen
  • vrij beperkte, maar wel originele woordenschat
  • slechte fijne motoriek
  • rommelig handschrift
  • onhandig
  • geen ritme- of maatgevoel
  • gebrekkig tijdsbesef
  • moeite met oriënteren in de ruimte
  • verwarren links/ rechts
  • moeite om zaken op (volg)orde te houden