Beelddenkonderzoek

Beelddenken is denken in beelden en gebeurtenissen, in plaats van in woorden en begrippen. Het wordt ook wel de visuele leerstijl genoemd. Beelddenkers hebben een dominante rechterhersenhelft. Dit is op school een nadeel omdat onderwijs talig is oftewel: gericht is op kinderen met een dominante linkerhersenhelft.
We worden allemaal geboren als 100% beelddenker, als baby maak je immers zonder woorden aan je moeder duidelijk wat je wilt. Langzaam ontwikkelt de taal en rond de kleutertijd ontstaat er een voorkeur voor het visueel leersysteem (beelddenken) of het verbale leersysteem (taaldenken).
Beelddenkonderzoek

Onderzoek

Door middel van een beelddenkonderzoek kan ik kijken of jouw kind voornamelijk in beelden denkt. Hiervoor gebruik ik het zogenaamde Wereldspel. Dit is een onderzoek waarbij ik het kind observeer en niet hoeft te worden gesproken. Er zijn twee varianten mogelijk:

Eenvoudig beelddenkonderzoek
Hierbij neem ik alleen het wereldspel af. Dit geeft aan of je kind een beelddenker is bekeken vanuit één hoek. Ook komen hierbij persoonlijkheidskenmerken van het kind naar voren, zoals faalangst. Het geeft ook een indicatie van de cognitieve ontwikkeling. Een fimpje over het wereldspel vind je op de pagina over het onderwijskundig onderzoek

Individuele onderwijskundig onderzoek (uitgebreid beelddenkonderzoek)
Bij dit onderzoek neem ik naast het wereldspel nog een aantal andere onderzoeken af. Ook maak ik een uitgebreid verslag met advies. Meer over dit onderzoek lees je op de pagina onderwijskundig onderzoek

Kenmerken beelddenkers

Vraag je je af of je zoon of dochter een beelddenker is? Hieronder vind je een aantal kenmerken die veel bij beelddenkers voorkomen. Op de site van Beeld en brein vind je ook een beelddenk-test.

  • zwakke articulatie
  • onduidelijk praten (binnensmonds gemompel)
  • struikelen over woorden (denken gaat sneller dan praten)
  • veel gebaren maken als ze vertellen
  • luisteren is vaak niet hun sterkste kant, want hun ogen gaan voor de oren
  • vertraagde of te snelle reactie op aanwijzingen en opdrachten
  • moeite met het verwerken van mondelinge informatie (onthouden van instructies, bij langdurige instructies de rode draad kwijtraken)
  • veel misverstanden, té letterlijk opvatten van wat er wordt gezegd;
  • standjes, voor anderen bedoeld, persoonlijk opvatten
  • moeite met het koppelen van woorden aan beelden
  • woordvindingsproblemen (dinges, die, dat…)
  • eigen(aardig) woordgebruik
  • weinig lijn in de verhalen die ze vertellen
  • vrij beperkte, maar wel originele woordenschat
  • slechte fijne motoriek
  • rommelig handschrift
  • onhandig
  • geen ritme- of maatgevoel
  • gebrekkig tijdsbesef
  • moeite met oriënteren in de ruimte
  • verwarren links/ rechts
  • moeite om zaken op (volg)orde te houden